Knipsels – terug naar homepage

Knipsels

  1. Der Tiger

    Op 27 december 2025 bezocht ik Oorlogsmuseum Overloon. Hier staat tijdelijk de Tiger I tank die ik eerder dat jaar ook in Panzermuseum Munster zag. Het enige verschil is dat in de tussenliggende tijd het nummer 312 op de koepel is aangebracht. Deze tank is eigendom van Christian Hoebig en heeft als bijnaam “Frankentiger” omdat het uit onderdelen van verschillende Tigers is samengesteld. Het doel is om de tank in de komende jaren rijdend te krijgen.

    Het nummer is een driecijferige identificatie dat de positie van de tank binnen de eenheid aangaf. Het systeem was grotendeels gestandaardiseerd vanaf ongeveer 1938/1939 en werd gebruikt tot het einde van de oorlog.

    • Eerste cijfer = compagnie, vaak 1 t/m 8 of 9, afhankelijk van de structuur van het pantserregiment.
    • Tweede cijfer = peloton, meestal 1 t/m 4 of 5.
    • Derde cijfer = individuele tank binnen dat peloton, vaak 1 t/m 5 (waarbij 1 meestal de pelotonscommandant was).

    Onlangs zag ik de film Der Tiger. Het aardige is dat op de koepel van de (replica) Tiger I, die in de film werd gebruikt, nummer 311 was aangebracht.

  2. Rollend schild

    Op 24 januari 2026 bezocht ik de Wehrtechnische Studiensammlung in Koblenz. Hier wordt een rollend schild tentoongesteld, een “Ein-Mann-Kriech-Panzer” uit de Eerste Wereldoorlog.

    Het rollend schild (Frans: bouclier roulant) is een militair experiment uit de Eerste Wereldoorlog, voornamelijk ontwikkeld en getest door het Franse leger.

    Het was bedoeld als bescherming op het slagveld voor één soldaat. Ze waren zwaar, moeilijk te manoeuvreren en kwetsbaar.

    Het is een merkwaardig ding waarvan ik het bestaan nog niet wist.

    De volgende 2 plaatjes komen uit “École de mines-supplément au livre de l’officier” van 22 januari 1917 en laten zien hoe het rollend schild gebruikt werd. Ik heb dit boekje direct op m’n wensenlijst gezet.

  3. Gradnetz glaskaart van Fliegerhorst Deelen

    Op 18 september 2024 bezocht ik Museum Vliegbasis Deelen.

    Op de bovenverdieping wordt een Gradnetz glaskaart gerestaureerd. Deze ligt in duizenden stukjes en moet als een puzzel in elkaar gezet worden. Een vrijwilliger van het museum was zo vriendelijk en nodigde me uit om de voortgang te komen bekijken.

    Een belangrijk gebouw op ‘Klein Heidekamp’ is de Gevechtsleiding/Commandopost, de ‘Geschwader befehlstelle’. Oberst Falck had hier zijn kantoor. Hier kwam ook informatie binnen dat verwerkt was in Diogenes. Hier werd na de oorlog een kapot geslagen glasplaat gevonden. Deze 2 bij 3 meter grote plaat, de zogenaamde ‘Gradnetz’, bevatte vlakverdelingen waar posities van vliegtuigen op aangegeven werd.

    Na het bezoek aan het museum bezocht ik ook bunker Diogenes. Deze bunker fungeerde vanaf eind 1943 als regionaal commandocentrum voor de Duitse nachtjacht en luchtverdediging in een groot deel van Noordwest-Europa. In de bunker (met een nog veel grotere glazen Gradnetz-kaart) kwamen alle radarwaarnemingen, peilberichten en waarnemingen van jagers samen. Onder andere Würzburg Riese raders stuurden hun data naar de bunker. In de bunker werden o.a. de radarposities geplot op de glazen kaart door de Luftwaffenhelferinnen (Blitzmädel) met lichtpuntjes.

  4. Würzburg Riese radar museum Overloon

    Op 27 december 2025 bezocht ik museum Overloon.

    In de voertuigen hal, achter een vrachtwagen, staat tegen de buitenmuur een gedemonteerde Würzburg Riese radar. Dit type radar werd eind jaren 30, begin jaren 40, ontwikkeld door Telefunken. De parabolische antenne werd geproduceerd door Luftschiffbau Zeppelin. Deze radars werden door de Duitsers tijdens de Tweede Wereldoorlog gebruikt voor het nauwkeurig volgen van vijandelijke bommenwerpers en om luchtafweer en nachtjagers aan te sturen. Ik heb begrepen dat deze eerder buiten het museum heeft gestaan maar dat hij had te lijden onder de elementen. Van een aanwezige vrijwilliger begreep ik dat hij hier nu ligt te wachten op restauratie.

    Deze radar heeft met nog twee andere Würzburg Riese radars bij Radio Kootwijk gestaan. Ze werden in de jaren 50 door Nederlandse astronomen gebruikt om de melkweg in kaart te brengen en zonneonderzoek te doen. Één van de radar schotels staat nu bij museum vliegbasis Deelen, een tweede bij Oorlogsmuseum Overloon en een derde radar staat bij Planetron in Dwingeloo.

  5. Familiewapen Kleijer Door op in Knipsels over Putten.

    Schietbaan in Putten

    Putten heeft lang een schietbaan in het vrije veld gehad. Waar lag deze en door wie werd hij gebruikt? In dit artikel wordt één en ander aan de hand van krantenartikelen uitgezocht.

    In 1869 werd in de Gemeente Putten schietvereniging Gelre opgericht.

    Te Putten is eene weerbaarheids-vereeniging opgericht, onder den naam van Scherpschutterskorps Gelre. De heer C.C. Küpfer, gepens. officier van het Ned. O.-I. leger, heeft tot die oprichting het meest toegebracht.

    Utrechtsch provinciaal en stedelijk dagblad, 19-10-1869

    In 1870 gaf Koning Willem III toestemming voor de oprichting van deze vereniging.

    Bij besluit van den 19den Januarij jl. no. 13, heeft Zijne Majesteit goedgevonden aan het scherpschutterscorps Gelre, te Putten, toestemming tot oprigting te verleenen.

    Nederlandsche staatscourant, 01-02-1870

    Niet ieder lid van Gelre wilde zich voor het landsbelang inzetten.

    In de hedenavond alhier gehouden vergadering van het scherpschutterskorps Gelre, werd om verschillende redenen besloten, dat die Vereeniging zich niet als korps ter beschikking van den Minister van Oorlog zal stellen.
    Het Bestuur drong er echter krachtig op aan, dat alle leden, wier maatschappelijke toestand het eenigszins toelaat, individueel hunne diensten aan Z. Ex. zouden aanbieden.
    Behalve twee leden, die zich in het korps Koninklijke scherpschutters van de Veluwe hadden doen opnemen, en eenige anderen, die als schutter de bij deze Vereeniging verkregen oefening in practijk zullen brengen, verklaarden de meesten der aanwezigen zich bereid, om in geval van nood het vaderland te dienen, en verzochten het Bestuur van dit hun voornemen te doen blijken.

    Het Vaderland, 28-07-1870

    Waar die “verkregen oefening” plaats vond wordt niet vermeld. Putten had mogelijk vóór 1870 al wel een schietbaan.

    De Voorzitter deelt mee dat hier is opgericht een vereen. voor Volksweerbaarheid. Deze vereen. kan van ’t Rijk geweren enz. krijgen ter oefening in den wapenhandel. Nu heeft ze behoefte aan een schietbaan en zou gaarne weten of de Gemeente haar daarin ook zou willen behulpzaam zijn. De Voorzitter herinnert dat er nog een oude schietbaan is. De heer v.d. Poll: Deze is in 1870 bij den oorlog tusschen Duitschland en Frankrijk opgeruimd. Besloten wordt een verzoek om die schietbaan te mogen gebruiken en inrichten in gunstige overweging te nemen.

    De Harderwijker, 01-12-1906

    Op de bonnebladen van 1872 zien we (mogelijk) deze schietbaan benoemd. Deze schietbaan is ongeveer 400 meter lang en ligt op of langs de tegenwoordige Schovenhorsterveldweg. In 1881 werd dit stuk grond waarschijnlijk aangeduid als kadastraal perceel D 854.

    Als onderdeel van de volksweerbaarheid werd in 1907 in Putten de schietverenging Vorstin en Vaderland opgericht.

    Zoals de Puttensche lezers zullen weten werd hier verleden jaar opgericht eene afdeeling van de over het geheele land verspreide vereeniging Volksweerbaarheid. Deze vereeniging heeft ten doel, gelijk reeds uit haren naam blijkt, om ons volk weerbaar te maken. Dat dit een hoogst nuttige zaak is zal iedere zeker toestemmen.
    Wij moeten ons vereenigen om ons volk in staat van tegenweer te brengen, zoo dat we, als we nog eens in de noodzakelijkheid kwamen ons dierbaar vaderland tegen een vreemd en vijandig leger te moeten verdedigen, ons der vaderen roem ten volle kunnen waardig maken. Dit doel tracht Volksweerbaarheid nu te bereiken, door het oprichten van schietvereenigingen en deze vereenigingen met subsidies, enz. te steunen.
    Ook hier werd door de afd. Volksweerbaarheid eene schietvereeniging opgericht met den naam Vorstin en Vaderland.
    Natuurlijk heeft de jonge vereeniging om tot bloei te geraken, steun noodig, geldelijken steun vooral, want ze heeft den eersten tijd veel noodig. Voor den aanleg van een schietbaan en voor het aanschaffen van schietschijven enz. is veel geld noodig.

    De Harderwijker, 13-03-1907

    […] Aan het eind van den wedstrijd hield de Luitenant een opgewekte toespraak, hij wekte de deelnemers aan de oefeningen op het schieten te onderhouden door lid te worden van de hier verleden jaar opgerichtte schietvereeniding Vorstin en Vaderland, en hoopte dat deze schiet vereen. spoedig in het bezit zou komen van een schietbaan. De heer Bouman dankte ten slotte namens de deelnemers aan de oefeningen den Luitenant met zijne assistenten voor de leiding en het bestuur der oefeningen zeide dat de schietvereeniging reeds pogingen in het werk stelde om in bezit te komen van een schietbaan voor scherpe patronen […]

    De Harderwijker, 30-08-1907

    Het duurt nu al 2 jaar en de schietvereniging Vorstin en Vaderland heeft nog geen schietbaan voor de lange afstand.

    […] Het ware te wenschen dat de vereeniging [Vorstin en Vaderland] nog eens in het bezit van een schietbaan kwam waar hare leden zich beter zouden kunnen oefenen dan thans het geval is op een stuk heide, waar geschoten moet worden met marga-patronen.

    De Harderwijker, 07-08-1909

    We zijn weer een jaar verder en nog steeds geen schietbaan.

    Maandagavond werd ten huize van den heer J. v. Dam een ledevergadering gehouden van de plaatselijke afd. van Volksweerbaarheid en de onder afdeeling Schietver. Vorstin en Vaderland. Na eenige besprekingen werd besloten de schietvereen. voorlopig op den ouden voet te laten bestaan terwijl het bestuur thans weer volledig is werd opgedragen nog eens ernstige pogingen in ’t werk te stellen tot het verkrijgen van een schietbaan.

    De Harderwijker, 16-03-1910

    Na 3 jaar lijkt er dan eindelijk een schietbaan te komen voor schietvereniging Vorstin en Vaderland.

    De Schietvereeniging Vorstin en Vaderland te Putten, eenigen tijd geleden een verzoek gedaan hebbende tot het in huur afstaan van een stuk grond gelegen bezijden den Peppelweg, voor het aanleggen van een Schietbaan, kan met genoegen mededeelen dat het daartoe van het Gemeentebestuur de toestemming heeft verkregen. […] Aangezien voor het aanleggen der baan eenigen tijd benoodigd is, wordt aan h.h. leden bekend gemaakt, dat op nader te bepalen dagen op dat terrein oefeningen zullen worden gehouden met marga patronen.

    De Harderwijker, 14-05-1910

    De Gemeente Putten verhuurt in 1910 voor 25 jaar een stuk grond waarop een schietbaan ingericht mag worden.

    […] En het is nu al enkele jaren geleden dat ook in Putten werd opgericht een Schietvereeniging onder den titel: Vorstin en Vaderland. Heeft die vereeniging werkelijk het doel bereikt waarvoor zij in het leven is geroepen? Neen! En de reden daarvoor is gemakkelijk te vinden. Hare oefeningen moesten zich bepalen tot schieten met margapatronen. Een uitstekend middel om hoogstens te leeren richten en mikken; want wat beteekend zelfs een juist schot op een afstand van ongeveer 20 Meter? Neen men moet met scherp leeren schieten op groote afstanden. En daarvoor is noodig een schietbaan, ingericht naar bestaande en te geven voorschriften. En daar is middel voor te vinden en gedeeltelijk reeds gevonden. Het gemeentebestuur van Putten heeft voor den tijd van vijfentwintig jaar aan de vereeniging verhuurd het terrein kadastraal bekend Gemeente Putten, Sectie C no 1880, ter breedte van ongeveer 5 en ter lengte van 250 Mr. Dit terrein is op last van den commandant van de Normaalschietschool door een officier gekeurd en op diens advies geschikt bevonden, behoudens enkele buitengewone bepalingen ter meerdere veiligheid.

    De Harderwijker, 14-12-1910

    Sectie C 1880 ligt nabij de Sprielderweg. Het is een groot perceel. Het is de vraag waar de baan van 5 bij 250 meter precies heeft gelegen. Mogelijk zijn er nog contouren te herkennen op RAF luchtfoto’s van 1945 maar ik betwijfel het.

    Als gevolg van maatschappelijke onrust na de Eerste Wereldoorlog wordt in 1919 de burgerwacht opgericht.

    Maandagavond vergaderden, daartoe uitgenodigd door Jhr. van Haersma de With, in ’t Spaarbankgebouw een 30-tal personen, om te komen tot de oprichting van een burgerwacht hier ter plaatse.

    Nunspeets Nieuws- en Advertentieblad, 01-03-1919

    De burgerwacht van Putten heeft ook behoefte aan een schietbaan voor lange afstanden. Totdat zij een eigen schietbaan heeft worden schietoefeningen met scherpe patronen gehouden op de schietbaan van Piet Cronjé aan de Leuvenumseweg in Ermelo.

    De burgerwacht te Putten heeft een schietbaan noodig, dringend noodig! Want de leden van de Burgerwacht moeten zich in de eerste plaats oefenen in het schieten. Nu zijn er twee soorten van banen mogelijk: een vrije baan en een poortenbaan. Voor de eerste is nergens een terrein te vinden, dan aan de eischen kan voldoen; voor een poortenbaan is door den Gemeenteraad gratis een terrein beschikbaar gesteld.

    De Harderwijker, 26-10-1920

    De burgerwacht krijgt in 1921 van de Gemeente Putten een stuk heidegrond tot haar beschikking om daarop een poortenbaan in te richten.

    Burgemeester en Wethouders van Putten brengen ter openbare kennis, dat ter gemeentesecretarie ter inzage ligt een verzoek met bijlagen van het Bestuur van de Puttensche Burgerwacht, om vergunning tot het oprichten van een schietbaan op een perceel heidegrond, kadastraal bekend in sectie D, no. 1548.

    De Harderwijker, 22-04-1921

    Burgemeester en Wethouders van Putten maken bekend, dat het verzoek van het Bestuur der Puttensche Burgerwacht, om op het perceel, kadastraal bekend in Sectie D, no. 1548, een schietbaan (poortenbaan) te mogen oprichten, door hen is ingewilligd.

    De Harderwijker, 31-05-1921

    Zelfs de minister bemoeit zich met de schietbaan in Putten.

    In zake de Burgerwacht en de schietbaan is een schrijven ingekomen van den betrokken Minister, waarin wordt meegedeeld dat Z.Ex. zich niet kan neerleggen bij het besluit van den Raad betreffende de schietbaan. De Minister verlangt de termijn waarvoor de gronden in gebruik zijn gegeven verlengd te zien van 7 tot 10 jaar en ook, mocht de Burgerwacht binnen dien tijd worden opgeheven, dat de Gemeente dan de baan zal overnemen en onderhouden gedurende de nog van die 10 jaren overblijvenden tijd. B. en W. willen wel toestemmen in de verlenging van den termijn tot 10 jaar, maar hebben bezwaar tegen het overnemen en onderhoud.
    De heer Andreae: Waar ligt die baan?
    De Voorz.: Aan den Voorthuizerstraatweg, achter een Dennenbosch. De grond heeft geen waarde.
    De heer Bedijn: Als we niet aan het verlangen van den Minister voldoen komt er dan niets van?
    De Voorz.: Vermoedelijk niet.
    De heer Bedijn vindt het dan maar beter toe te staan.
    De Voorz.: De baan moet in goeden staat blijven en er is geen toezicht op het terrein.
    De heer Ruiter stelt voor de gevraagde 10 jaar toe te staan en niet verder te gaan. Aldus wordt besloten.

    De Harderwijker, 11-10-1921

    Door de hoge kosten en te weinig subsidie kan de aanleg van de schietbaan niet door gaan.

    Woensdagavond heeft alhier een vergadering plaats van de Burgerwacht alhier. Als punt 4 der agenda komt voor: Voorstel tot ontbinding der Burgerwacht. Een der redenen van dit voorstel is, dat men door te hooge kosten te weinig regeeringssteun niet kan komen tot de inrichting van een schietbaan.

    De Harderwijker, 02-10-1923

    Twee weken later wordt de (eerste) burgerwacht opgeheven.

    Woensdagavond 7 uur heeft weder een vergadering plaats van de Puttensche Burgerwacht, waarin de vereeniging zal worden opgeheven. In de vorige vergadering waren niet genoeg leden tegenwoordig om een bindend besluit te kunnen nemen.

    De Harderwijker, 16-10-1923

    In 1933 wordt de burgerwacht in Putten opnieuw opgericht. Schietoefeningen voor de lange afstand worden wederom gehouden op de schietbaan in Ermelo. “Kamerschietoefeningen” (met margapatronen) worden gehouden in de Eierhal in Putten.

  6. De Friesenwall

    Ik lees De Friesenwall, over de geschiedenis van de concentratiekampen Husum-Schwesing en Ladelund.

    De Friesenwall was tijdens de Tweede Wereldoorlog een geplande, maar slechts deels voltooide, verdedigingsconstructie aan de Noordzeekust van Duitsland. Met de bouw hiervan werd tegen het einde van de oorlog begonnen.
    De hele verdediginslinie was in militair opzicht zinloos. Het grootste deel van de werken werd na de oorlog opgevuld. Aan de kust zijn nog enkele ruïnes van bunkers en tankversperringen overgebleven.

  7. Waldfriedhof Aachen

    Op 29 december 2024 bezocht ik het Waldfriedhof in Aken. Ik bezocht het Ehrenfriedhof waar veel soldaten uit de Eerste Wereldoorlog begraven liggen. Ik was op zoek naar het graf van Karl Münzel, Gefreiter bij de 11e compagnie van het 10. Rheinisches Infanterie-Regiment Nr. 161.

    Dit kerkhof is voorzien van prachtige grafzerken en monumenten waaronder ook een Bismarckturm, een 27 meter hoge toren ter ere van Otto von Bismarck, ontwerper van het Duitse Keizerrijk in 1871.

    Vanaf 1868 werden er overal in de staten van de toenmalige Duitse Bond en het latere Duitse Keizerrijk Bismarckmonumenten (Duits:Bismarckdenkmäler) opgericht en Bismarcktorens gebouwd. 1868 was het het jaar waarin Otto von Bismarck de Duitse staten wist te verenigen in de aanloop naar de Frans-Duitse Oorlog. Deze monumenten zijn een tastbare uitdrukking van en herinnering aan de Bismarckverering, of Bismarckcultus in het Duitse Rijk. De monumenten variëren van gedenkstenen en plaquettes tot uitgebreide beeldengroepen als het Bismarck-Nationaldenkmal in Berlijn en een groot aantal Bismarcktorens.

  8. Reservistenkrug Heeresgruppe Kronprinz Rupprecht von Bayern

    Op 21 september 2025 kocht ik een Reservistenkrug van Heeresgruppe Kronprinz Rupprecht von Bayern. Het gaat hier om een 0,5 liter variant met de periode 1914-1917. Ik kocht al eerder een 1 liter variant met de periode 1914-1918.

    De Heeresgruppe Kronprinz Rupprecht von Bayern was één van de grootste formaties aan het Westfront tijdens de Eerste Wereldoorlog. Rupprecht stond bekend om zijn strategische inzichten en botste vaak met chef-staf Erich von Falkenhayn over centrale controle versus lokale flexibiliteit.

    Een Reservistenkrug zoals die van Heeresgruppe Kronprinz Rupprecht von Bayern is gemaakt van grijs steenwerk (Steinzeug). De capaciteit van 0,5 liter of 1 liter is ingegraveerd aan de rand. De inscriptie “1914-1917 (met IJzeren Kruis) Heeresgruppe Kronpr. Rupprecht von Bayern” is in blauw opgedrukt.

  9. 7. Corp. 3. Comp IR.161 Kriegsjahr 1917

    Ansichtkaart uit 1917 met manschappen van het 10. Rheinisches Infanterie Regiment Nr. 161. Op het schild staat “7. Corp. 3. Comp IR.161 Kriegsjahr 1917” (7e Korporalschaft, 3e compagnie).

    De manschappen dragen een Feldgrau tuniek met Feldmütze. Ze zien er overwegend jong uit. In het midden van de foto staat wederom een Unteroffizier met naast hem waarschijnlijk een Gefreiter.