Knipsels – terug naar homepage

Knipsels over de tweede wereldoorlog

  1. Beter 3 jaar mobilisatie dan 3 minuten vechten

    Ik lees Beter 3 jaar mobilisatie dan 3 minuten vechten, een uitgebreid boek over de Duitse inval in Nederland in de Achterhoek tijdens de Tweede Wereldoorlog.

    Op pagina 110 staat een foto van twee soldaten waarbij een Hembrug geweer als geïmproviseerd affuit voor een Lewis M20 mitrailleur wordt gebruikt. Deze luchtdoelopstelling fascineert me en ik ben benieuwd of hier meer informatie over te vinden is.

    Op de website van de Historische Collectie Grondgebonden Luchtverdediging staat een aantal foto’s met een soortgelijke opstelling. Ik wil dat museum graag een keer bezoeken want ik ben benieuwd hoe dat opzetstuk voor de Hembrug er in het echt uit ziet.

    Overigens wordt op pagina 18 de naam van soldaat Paul Kleijer genoemd. Zou dat familie van mij zijn?

  2. Schwerer Achtrad Panzerspähwagen

    Op 24 januari 2026 bezocht ik de Wehrtechnische Studiensammlung in Koblenz. Hier wordt een Schwerer Panzerspähwagen tentoongesteld. Dit type Sd.Kfz. 231 heeft 8 wielen en is als één van de laatst overgebleven exemplaren uniek in zijn soort.

    De Sd.Kfz. 231 (8-Rad) geldt als de oervader van 8-wielige pantservoertuigen. Met dit voertuig werd de 8×8 met all-wheel drive en all-wheel steering geïntroduceerd. De Sd.Kfz. 231 was de directe voorloper van de latere Sd.Kfz. 234 waarvan ik exemplaren in het Tankmuseum Bovington en Panzermuseum Munster bezocht.

  3. Der Tiger

    Op 27 december 2025 bezocht ik Oorlogsmuseum Overloon. Hier staat tijdelijk de Tiger I tank die ik eerder dat jaar ook in Panzermuseum Munster zag. Het enige verschil is dat in de tussenliggende tijd het nummer 312 op de koepel is aangebracht. Deze tank is eigendom van Christian Hoebig en heeft als bijnaam “Frankentiger” omdat het uit onderdelen van verschillende Tigers is samengesteld. Het doel is om de tank in de komende jaren rijdend te krijgen.

    Het nummer is een driecijferige identificatie dat de positie van de tank binnen de eenheid aangaf. Het systeem was grotendeels gestandaardiseerd vanaf ongeveer 1938/1939 en werd gebruikt tot het einde van de oorlog.

    • Eerste cijfer = compagnie, vaak 1 t/m 8 of 9, afhankelijk van de structuur van het pantserregiment.
    • Tweede cijfer = peloton, meestal 1 t/m 4 of 5.
    • Derde cijfer = individuele tank binnen dat peloton, vaak 1 t/m 5 (waarbij 1 meestal de pelotonscommandant was).

    Onlangs zag ik de film Der Tiger. Het aardige is dat op de koepel van de (replica) Tiger I, die in de film werd gebruikt, nummer 311 was aangebracht.

  4. Gradnetz glaskaart van Fliegerhorst Deelen

    Op 18 september 2024 bezocht ik Museum Vliegbasis Deelen.

    Op de bovenverdieping wordt een Gradnetz glaskaart gerestaureerd. Deze ligt in duizenden stukjes en moet als een puzzel in elkaar gezet worden. Een vrijwilliger van het museum was zo vriendelijk en nodigde me uit om de voortgang te komen bekijken.

    Een belangrijk gebouw op ‘Klein Heidekamp’ is de Gevechtsleiding/Commandopost, de ‘Geschwader befehlstelle’. Oberst Falck had hier zijn kantoor. Hier kwam ook informatie binnen dat verwerkt was in Diogenes. Hier werd na de oorlog een kapot geslagen glasplaat gevonden. Deze 2 bij 3 meter grote plaat, de zogenaamde ‘Gradnetz’, bevatte vlakverdelingen waar posities van vliegtuigen op aangegeven werd.

    Na het bezoek aan het museum bezocht ik ook bunker Diogenes. Deze bunker fungeerde vanaf eind 1943 als regionaal commandocentrum voor de Duitse nachtjacht en luchtverdediging in een groot deel van Noordwest-Europa. In de bunker (met een nog veel grotere glazen Gradnetz-kaart) kwamen alle radarwaarnemingen, peilberichten en waarnemingen van jagers samen. Onder andere Würzburg Riese raders stuurden hun data naar de bunker. In de bunker werden o.a. de radarposities geplot op de glazen kaart door de Luftwaffenhelferinnen (Blitzmädel) met lichtpuntjes.

  5. Würzburg Riese radar museum Overloon

    Op 27 december 2025 bezocht ik museum Overloon.

    In de voertuigen hal, achter een vrachtwagen, staat tegen de buitenmuur een gedemonteerde Würzburg Riese radar. Dit type radar werd eind jaren 30, begin jaren 40, ontwikkeld door Telefunken. De parabolische antenne werd geproduceerd door Luftschiffbau Zeppelin. Deze radars werden door de Duitsers tijdens de Tweede Wereldoorlog gebruikt voor het nauwkeurig volgen van vijandelijke bommenwerpers en om luchtafweer en nachtjagers aan te sturen. Ik heb begrepen dat deze eerder buiten het museum heeft gestaan maar dat hij had te lijden onder de elementen. Van een aanwezige vrijwilliger begreep ik dat hij hier nu ligt te wachten op restauratie.

    Deze radar heeft met nog twee andere Würzburg Riese radars bij Radio Kootwijk gestaan. Ze werden in de jaren 50 door Nederlandse astronomen gebruikt om de melkweg in kaart te brengen en zonneonderzoek te doen. Één van de radar schotels staat nu bij museum vliegbasis Deelen, een tweede bij Oorlogsmuseum Overloon en een derde radar staat bij Planetron in Dwingeloo.

  6. De Friesenwall

    Ik lees De Friesenwall, over de geschiedenis van de concentratiekampen Husum-Schwesing en Ladelund.

    De Friesenwall was tijdens de Tweede Wereldoorlog een geplande, maar slechts deels voltooide, verdedigingsconstructie aan de Noordzeekust van Duitsland. Met de bouw hiervan werd tegen het einde van de oorlog begonnen.
    De hele verdediginslinie was in militair opzicht zinloos. Het grootste deel van de werken werd na de oorlog opgevuld. Aan de kust zijn nog enkele ruïnes van bunkers en tankversperringen overgebleven.

  7. R1 “Rheintochter”

    Op 5 juni 2023 bezocht ik het Deutsches Technikmuseum Berlin. Hier wordt een Rheintochter luchtdoelraket uit de Tweede Wereldoorlog tentoongesteld.

    Die Rheintochter war der Vorläufer moderner Flugabwehrraketen. Sie wurdt ab 1942 von der Düsseldorfer Firma Rheinmetall-Borsig entwickelt und sollte gegen alliierte Bomberverbände eingesetzt werden, die Städte, Industrieanlagen und Verkehrsknotenpunkte in Deutschland angriffen. Die Rheintochter war nicht nur die größte Feststoffrakete ihrer Zeit, sie war auch die erste zweistufige Rakete.

    Der Startteil brannte 0,6 Sekunden lang. Er beschleunigte die Rakete dabei auf 864 Km/h und wurde dann abgetrennt. Der Treibsatz der zweiten Stufe zündete für 10 Sekunden und sollte die Rakete in die Nähe des Ziels bringen. Gesteuert wurde die Rheintochter per Funk.

    Die technische Beherrschung von Antrieb und Steuerung bereiteten große Schwierigkeiten. Zu Beginn des Jahres 1945 wurde das Project deshalb nach etwa 90 Probestarts eingestellt.

  8. Terug naar de Krupp K5

    Op 14 mei 2025 bezocht ik het Krupp K5 spoorwegkanon bij Batterie Todt opnieuw.

    De Krupp K5 was een zwaar spoorwegkanon, ontwikkeld door de Duitse firma Krupp tijdens de Tweede Wereldoorlog als onderdeel van een programma voor militaire spoorwegkanonnen. Dit 28 cm kanon kreeg de bijnaam “Schlanke Bertha“, als tegenhanger van “Dicke Bertha“, de 42 cm houwitser uit de Eerste Wereldoorlog.

    Het kanon kon een granaat van 255 kg afvuren over een afstand van bijna 70 km. Dit kanon werd ook wel aangeduid als de K5 E (Eisenbahnlafette). Een ander type was de K5 Glatt (gladloop voor pijlgranaten zoals de Peenemünder Pfeilgeschoss). Van de 25 geproduceerde K5-kanonnen bleven er slechts twee over na de oorlog: één staat in de VS en de andere bij Batterie Todt in Audinghen, Frankrijk.

    Het K5-kanon in het museum, genaamd Leopold, werd in de jaren 70 samengesteld uit onderdelen gevonden in Zuid-Frankrijk en in 1992 per trein naar Audinghen vervoerd. Het staat op een stuk spoor naast de overblijfselen van Batterie Todt, één van de grootste bunkers van de Atlantikwall, gebouwd om het Kanaal te verdedigen.